Onze Delta
Onze Delta

De samenleving kan niet zonder infrastructuurnetwerken zoals elektriciteit, wegen en communicatiemiddelen. Maar het klimaat verandert en hierdoor nemen risico’s van wateroverlast en overstromingen toe. Zijn deze netwerken bestand tegen overstromingen? En als er een (deel van een) netwerk wegvalt, wat heeft dat voor maatschappelijke effecten? Teun Terpstra, onderzoeker en lector aan de HZ University of Applied Sciences, onderzocht samen met een consortium deze vragen in het project Vitale Infrastructuur in de Veerkrachtige Delta.

De kans op overstromingen in Zeeland is heel erg klein. Recentelijk zijn nieuwe beschermingsnormen voor overstromingen vastgesteld waaraan waterkeringen moeten voldoen. Uiterlijk in 2050 bedraagt de jaarlijkse overstromingskans van Zeeuwse waterkeringen één op 300 tot 30.000. Toch wil je als regio voorbereid zijn en weten wat de gevolgen zijn als een gebied overstroomt. Een overstroming heeft flinke gevolgen zowel in de directe omgeving als door domino-effecten naar andere delen van Zeeland. Deze domino effecten kunnen plaats vinden binnen één enkel netwerk maar ook tussen netwerken, zoals elektriciteitsnetwerken, drinkwatervoorzieningen en communicatiesystemen zoals telecom en C2000. Teun: ‘We hebben het onderzoek in eerste instantie toegespitst op de gemeente Reimerswaal. Reimerswaal vormt een soort flessenhals waar veel infrastructuurnetwerken samenkomen richting de rest van Zuid-Beveland en Walcheren. Vóór dit onderzoek was niet duidelijk welke gevolgen een overstroming heeft op deze netwerken. Dat hebben we nu zo zorgvuldig mogelijk in kaart gebracht.’

Diverse overstromingsscenario’s in kaart

Het project bracht de afgelopen twee jaar niet alleen alle vitale infrastructuren in kaart, maar ontwikkelde ook een softwaresysteem. Teun: ‘Het systeem of de vitale assets tool zoals wij het noemen, laat zien welke infrastructuurnetwerken Reimerswaal heeft en toont welke assets, belangrijke onderdelen in een netwerk, uitvallen. Denk aan een hoogspanningsstation, drinkwaterleiding of telecommast. In de tool kunnen we diverse overstromingsscenario’s nabootsen. Afhankelijk van welk scenario je kiest, zie je welke netwerken in Reimerswaal overeind blijven en welke uitvallen. Het geeft overheden en netbeheerders meer zicht op de zwakke punten in de infrastructuur. Kanttekening is dat je de precieze gevolgen van een overstroming nooit helemaal kunt nabootsen. Daarvoor spelen er teveel factoren mee.’

Maak een goede afweging

Met de gegevens uit de tool kunnen netwerkbeheerders en overheden hier rekening mee houden bij het aanpassen van netwerken of bij het nieuw aanleggen van netwerken. Teun: ‘Als je weet dat een asset zoals een hoogspanningsstation uitvalt wanneer het meer dan één meter onder water komt te staan bij een overstroming, zorg dan dat je bij de bouw van nieuwe assets kritieke onderdelen op een hoogte van meer dan één meter bouwt. Als je het weet, kun je daar extra rekening mee houden bij de aanleg. Vooral voor bestaande netwerken is het de vraag of de vaak enorme investeringen om klaar te zijn voor een overstroming opwegen tegen de minimale kans dat die in Zeeland plaatsvindt. En het is nooit honderd procent zeker dat je dan tegen alle gevolgen van een overstroming beschermd bent. Ook moet je met de omgeving rekening houden. Stel je bouwt iets ver boven de grond, zijn inwoners daar niet blij mee. Een lastig dilemma dus voor netwerkbeheerders en overheden.’

Aan de slag

Teun hoopt dat ook voor de rest van Zeeland de infrastructuur in kaart gebracht zal worden. ‘Hierover zijn we in gesprek met de Provincie Zeeland. Met alle informatie die wij verzamelen, kunnen partners diverse casestudies uitvoeren. Mijn advies is om in ieder geval de belangrijkste domino-effecten in beeld te brengen. Wat als er in één deel van Zeeland de elektriciteit uitvalt, wat voor effect heeft dat op de rest van de regio? En is er voldoende redundantie? Oftewel een soort ‘omleiding’ zodat niet heel Zeeland ineens zonder stroom zit. De bal ligt nu vooral bij het werkveld zelf. Wat willen zij doen met deze resultaten? Ga je fors investeren in bijvoorbeeld verhoogde netwerken, dan komt de rekening bij de consument te liggen. Doe je niets en is er toch een overstroming, is de hersteltijd erg hoog. Het zijn allemaal afwegingen. Ik denk dat het vooral belangrijk is dat overheden en netwerkbeheerders heldere kaders gaan schetsen. Wat is belangrijk? Aan welke criteria moeten we voldoen om onze infrastructuur vitaal te houden? En welke risico’s zijn acceptabel en welke niet? Dan kun je gerichter beslissingen nemen of je wilt gaan investeren of niet. Kortom, een waterrobuuste infrastructuur is er niet zomaar.’

Het consortium bestaat uit: HZ University of Applied Sciences (penvoerder), Provincie Zeeland, gemeente Reimerswaal, Veiligheidsregio Zeeland, Rijkswaterstaat Zee & Delta, waterschap Scheldestromen en kennispartner Deltares.